De noodzaak van netneutraliteit voor mobiel internet

Woensdag vergadert de Tweede Kamer over de aanpassing van de Telecomwet voor netneutraliteit van mobiel internet. Hieronder een pleidooi voor het behoud van netneutraliteit. Op het spel staat namelijk een belangrijke schending van het vrije internet; het blokkeren van innovatieve communicatiekanalen.

update-97888_640KPN schokte Nederland toen naar buiten kwam dat met Deep Packet Inspection al maanden werd geanalyseerd welke applicaties mensen gebruiken op hun smartphone. Uit de analyse bleek dat het gebruik van gratis communicatiekanalen in een jaar tijd exponentieel was toegenomen. Bij de telecomaanbieders gingen de alarmbellen af en er werd actie ondernomen om de teruglopende inkomsten uit sms en telefoon een halt toe te roepen.

Als gevolg van de toename van onder meer Skype en Whatsapp begon Vodafone met het blokkeren van deze diensten, ‘omdat het telefooncontract hier niet voor bedoeld zou zijn’. Ook KPN zou de blokkade in hun algemene voorwaarden hebben opgenomen, maar maakt er naar eigen zeggen (nog) geen gebruik van.

Door applicaties te blokkeren, blokkeert de telecomsector in principe de vrijheid van gebruikers om te communiceren. En in een informatie-industrie, zoals telecommunicatie, komt het blokkeren van communicatie op hetzelfde neer als het verbieden van een televisie-uitzending of het verbieden van een website of een boek.

Timothy Wu, professor van de Columbia Law School en bedenker van het woord netneutraliteit, legt in zijn boek The Master Switch uit dat het voor telecomaanbieders een kleine stap is van een blokkade omwille van commerciële voordelen naar een blokkade voor andere redenen. Niet meer de gebruiker, maar KPN of Vodafone bepaalt wat je mag lezen, horen en zien, maar belangrijker nog, hoe je communiceert.

Een informatie-industrie is namelijk geen normale industrie. Het is een industrie gebaseerd op informatievoorzieningen die invloed hebben op de economie, politiek, cultuur en meningsvrijheid in een land. In een democratie dragen technologieën als radio, tv en internet bij aan het publieke debat. De controle over één van deze communicatiekanalen is dan ook een te belangrijk onderwerp om aan de markt alleen over te laten. Wanneer we het hebben over wasmachines, dan kan de markt dit prima oplossen, maar bij innovaties die de vrijheid van meningsuiting stimuleren, ligt dit anders.

Vrije markt

Uit het boek van Wu blijkt dat in het verleden de vrije marktwerking van een informatie-industrie onvoldoende zelfregulerend is gebleken. Het waren juist de grote bedrijven die innovaties tegenhielden die een gevaar vormden voor bestaande verdienmodellen.

In Amerika was dit pijnlijk zichtbaar bij de uitvinding van het antwoordapparaat, nota bene ontworpen in het eigen laboratorium van telecomaanbieder AT&T. De uitvinding werd door het bedrijf 50 jaar lang tegengehouden, omdat de komst van het apparaat gevaar zou opleveren voor de toenmalige telefoniedienst. Door het antwoordapparaat zouden mensen niet meer vertrouwen op de integriteit van het telefoongesprek, omdat iemand aan de andere kant van de lijn het gesprek zou kunnen opnemen. Hoe paranoïde dit ook klinkt, AT&T weigerde de uitvinding naar buiten te brengen en pas in de jaren 80 en 90 werd het antwoordapparaat mainstream en werd duidelijk hoe ingenieus de innovatie was, gegeven de cassette- en videorecorder die met dezelfde techniek (magnetic recording tape) tot stand werden gebracht.

Ook FM-radio, uitgevonden door E.H. Armstrong in de jaren 20, werd door de radiogigant RCA geboycot vanwege de verdienmodellen gebaseerd op AM-radio. Ook pas 50 jaar later, in de jaren 70, kwam FM-radio van de grond. De uitvinder Armstrong, moegestreden door de tientallen rechtszaken en advocaten van de grote bedrijven, failliet en aan lager wal geraakt, pleegde uiteindelijk in de jaren 50 zelfmoord en heeft de invloed van zijn innovatie nooit meegemaakt.

Nu gaat het te ver om de huidige stand van zaken te vergelijken met de toenmalige strategie voor het tegenhouden van innovaties. Wel laat het zien hoe ver grote commerciële bedrijven gaan in het beschermen van oude diensten en verdienmodellen. Disruptieve innovaties, zoals Skype (gespek) en Whatsapp (sms), vormen een bedreiging voor de winstmarges van de telecomaanbieders en de reacties daarop bestaan hoofdzakelijk uit het saboteren van het gebruik ervan.

Netneutraliteit

Wordt vandaag het VVD-voorstel dan ook aangenomen en mogen applicaties getarifeerd worden, dan betekent dit het einde van de netneutraliteit van mobiel internet. Het internet werd ooit ontworpen als het Netwerk der Netwerken. Het is het enige informatienetwerk dat alle informatie kan vervoeren: films, muziek, telefoongesprekken en televisie. Het is tevens ontworpen met als fundamenteel principe gebruikers de controle te geven over de informatievoorziening. Niet de mediatyconen bepalen welke informatie je tot je mag nemen (zoals bij televisie en radio), maar de gebruikers zelf. Het internet heeft alleen één zwak punt; het is afhankelijk van de lijnen en masten om bij de gebruikers te komen. En daarbij zijn we afhankelijk van het goede gedrag van kabelleveranciers en telefoonmaatschappijen zoals KPN en Vodafone.

Het gebrek aan zelfregulering van de markt blijkt dan ook alleen al uit het voorstel om Skype en Whatsapp te blokkeren. Hiermee geeft de telecomsector indirect aan dat het bereid is te  censureren omwille van commerciële belangen. Ook Google, van oudsher herder van de netneutraliteit, is tegenwoordig zo gebrand op het aan de man brengen van Google Android op telefoons in de V.S., dat hun principes steeds zwakker worden. Na een samenwerkingsverband met telecomreus Verizon, pleiten zij nu ook voor een gecontroleerd mobiel internet. Simpelweg om te voldoen aan de zienswijze van Verizon die de data wil kunnen ‘managen’ op eigen wijze. Net zoals KPN dit voorstelde en Vodafone al doet. Het zijn vanuit het verleden juist deze momenten gebleken waar de overheid en het volk moeten ingrijpen.

Transparantie

Naar aanleiding van een Europees rapport over netneutraliteit concludeerde Neelie Kroes dat het onverstandig is om telecomaanbieders teveel regels op te dringen. Hierdoor zou de overheid de verdienmodellen van de marktspelers gaan bepalen. De belangrijkste regel zou volgens de EU het opleggen van transparantie moeten zijn. Wu geeft aan dat deze voorwaarde te beperkt is om netneutraliteit te garanderen. Om te voldoen aan de voorwaarde van transparantie, hoeven de telecomaanbieders namelijk alleen een lijst met verboden applicaties te publiceren. Het enige wat de consumenten dan kunnen doen is het overstappen naar een andere telecomaanbieder. Echter, gezien Vodafone en KPN allebei voor het blokkeren van Skype zijn, lijkt de kans dat je kan overstappen naar een telecomaanbieder die zijn eigen diensten niet beschermd middels het blokkeren van Skype, niet erg groot.

Volgens Wu is het eisen van transparantie slechts één van de voorwaarden om netneutraliteit te garanderen. Daarnaast zou moeten worden afgedwongen dat de gebruiker toegang heeft tot elke internetsite en elke applicatie. Verder is het belangrijk dat de gebruiker elk apparaat aan mag sluiten op het mobiele internet waarvoor hij betaalt. In de jaren zeventig werd monopolist AT&T tot dit laatste eveneens verplicht gesteld. Dit had als gevolg dat er golf van innovaties plaatsvond, uitmondend in faxmachines en modems die plots aangesloten mochten worden op de telefoonlijnen van de grote bedrijven. Zonder een dergelijke regel zouden toekomstige innovatieve apparaten overgeleverd zijn aan de goedkeuring van telecomaanbieders voor toegang tot het mobiele internet.

De motie van de oppositiepartijen komt dicht bij bovenstaande eisen in de buurt, hoewel over de invulling ervan nog vergaderd moet worden. Het is nu aan de politiek om stil te staan bij de fundamentele vraag die vandaag behandeld wordt: De vrijheid op het mobiele internet en dus de vrijheid van innovatie en communicatie. Ze zijn essentieel voor het bevorderen van de economische groei en het publieke debat in Nederland. Dergelijke vrijheden kunnen klaarblijkelijk niet aan de markt worden overgelaten. Onze vertegenwoordigers staan dan nu ook voor de taak deze vrijheden te beschermen. Eenmaal verloren, wordt het onmogelijk ze weer terug te veroveren.